Joods Alphen aan den Rijn - SHJVS

SHJVS
SHJVS
Ga naar de inhoud
Joods Alphen aan den Rijn

Van inburgering tot verstoting

Het is niet bekend wanneer de eerste Joden zich in Alphen aan den Rijn vestigden. In een document uit 1694 wordt voor het eerst vermeld dat er Joden in Oudshoorn wonen. In die tijd bestond Alphen aan den Rijn overigens nog niet. Pas in 1918 gingen de gemeenten Alphen, Aarlanderveen en Oudshoorn samen in één nieuwe gemeente Alphen aan den Rijn. Uit bronnen en getuigenissen komt het beeld naar voren van een goed geïntegreerde Joodse gemeenschap. Nog steeds vinden we in Alphen aan den Rijn sporen terug van haar geschiedenis. Een geschiedenis die zich genadeloos tegen hen keerde toen de Duitsers in Nederland aan de macht kwamen.

Tastbare herinneringen


In 1802 werd de Nederlands Israëlitische Gemeente te Alphen opgericht. De gemeente telde ongeveer 100 leden en had haar eigen synagoge en godsdienstschool. Rond 1833 werd achter de Van Mandersloostraat de nieuwe synagoge in gebruik genomen. Het smalle straatje dat naar het gebedshuis leidde, stond toen bekend als Jodenkerksteeg en kreeg later de officiële naam Kerksteeg. Voor en tijdens de oorlog heette het pad in de volksmond de Jodensteeg. Tegenwoordig kennen we dat steegje als de Samuel Aardewerksteeg, naar de laatste voorzanger en leraar die de Alphense Joodse gemeente kende.
Een kleine vijftig jaar na de opening stond het gebouw al op instorten. Toen het in 1896 grote schade opliep door een brand in een ernaast gelegen houten voorraad-loods, besloot men tot nieuwbouw over te gaan. Aan het eind van hetzelfde jaar werd de nieuwe synagoge in gebruik genomen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de synagoge eerst nog ingezet als school. Leerlingen die niet meer op hun eigen school terecht konden, kregen er les. Al snel daarna werd de synagoge, net als al het andere Joodse bezit, door de Duitsers in beslag genomen en verkocht. Na de oorlog keerden te weinig Joden terug naar Alphen om nog een zelfstandige geloofs-gemeenschap te vormen. De synagoge werd in 1955 aan de Remonstrantse gemeente verkocht. In april 1980 gaf de synagoge enkele verborgen herinneringen van zijn Joodse geschiedenis prijs. Bij de aanleg van een nieuwe vloer kwamen vier kleine koperen kandelaars en een grote negenarmige kandelaar, een chanoekia, tevoorschijn. Deze waren daar aan het begin van de oorlog verstopt. Tegenwoordig staat deze chanoekia in het museum Yad Vashem in Jerusalem.

Achter de voormalige winkel van boekhandel Haasbeek bewoonden Samuel Aardewerk en zijn vrouw Bertha een pand aan de Rijnkade. Daar werden de godsdienstlessen gegeven en daar was ook het mikwe, een rituele bad. Tijdens de oorlog is dat bad met beton volgestort.

De Joodse begraafplaats werd in 1802 in gebruik genomen aan de Herenweg, tegenwoordig Aarkade. Het metaheirhuis, waar de overledenen een rituele wassing kregen voordat zij begraven werden, is in 1830 gebouwd en staat er nog steeds. In 1958 werd de begraafplaats officieel gesloten verklaard, omdat de plek niet meer voor begrafenissen werd gebruikt. In 1963 werden de graven geruimd en de stoffelijke resten naar de Joodse begraafplaats in Katwijk gebracht. In 2012 is de voormalige begraafplaats veranderd in een open monument, waar gerust en herdacht kan worden.
Terug naar de inhoud