Joodse Historie Alphen aan den Rijn - SHJVS

SHJVS
SHJVS
Ga naar de inhoud

Eerste echte Joodse kenmerken
Hierna heeft het tot ver in de achttiende eeuw geduurd voordat er weer sprake was van (bewijsbaar) Joods leven in Alphen en haar directe omgeving en dan nog met name in Aarlanderveen. Dat er toch georganiseerd Joods leven in onze streek was, mag worden opgemaakt uit het feit dat in 1796 Jacob Salomons als Joodse slachter toestemming kreeg om bij zijn huis te slachten en het ritueel
geslachte vlees te verkopen. Daarnaast heeft de Nederlands Israelitische Gemeente Leiden een koperen schaal met waterkan uit Alphen in haar bezit met in het opschrift een verwijzing naar een georganiseerd Joods leven inclusief synagogendiensten in Alphen in het jaar 1792. Rond de (19e) eeuwwisseling bestond er in de regio een Joodse gemeenschap van ongeveer 100 leden en in 1802 werd de Nederlands Israelitische Gemeente Alphen een feit.

Hoogtepunt
Het hoogtepunt van de Joodse populatie werd bereikt in het jaar 1829. Toen waren er in Alphen, Aarlanderveen en Oudshoorn (het huidige Alphen aan den Rijn) 170 leden bij de Nederlands Isrealitische Gemeente Alphen geregistreerd. In de jaren erna liep dit aantal terug tot rond 55 leden in 1930.
Bij de door de Duitse bezetter in 1941 uitgevoerde volkstelling, waren er 77 voljoodse, 20 halfjoodse en kwartjoodse inwoners in Alphen aan den Rijn.

NIG Alphen
De eerste georganiseerde synagogendiensten zijn vermoedelijk rond 1760 gehouden. Deze diensten werden niet gehouden in een synagoge, maar als ‘huiskamerdienst’ bij iemand thuis. Het bekendste huis dat voor synagogendiensten werd gebruikt is het huis aan de Rijnkade te Alphen aan den Rijn, Wat in 1995 bij de boekhandel Haasbeek aan de Van Mandersloostraat werd toegevoegd. De
huiskamerdiensten zijn gebleven tot omstreeks 1833. Rond die tijd werd de Alphense sjoel achter de Van Mandersloostraat geopend. De sjoel werd mogelijk gemaakt door een gift van de naar Amerika geëmigreerde Alphense Jood Marcus Jacobs. Na een aantal branden, renovaties en na een herbouw is de Alphense synagoge momenteel in gebruik als gebedshuis van de Remonstrantse Gemeente Alphen aan den Rijn en is gevestigd aan de Samuel Aardewerksteeg 11 (Samuel Aardewerk was de laatste chazzan (voorzanger) van de Alphense Joodse gemeenschap voor de deportatie in 1942).

Eerder dan een eigen synagoge had de NIG Alphen een eigen begraafplaats. De begraafplaats werd in 1802 aan de Aarkade aangelegd en na wat gesteggel over betalingen in gebruik genomen. Een Joodse begraafplaats mag om religieuze redenen nimmer worden geschonden of geruimd. Mede hierdoor dreigde begin 20e eeuw de begraafplaats ‘overbevolkt’ te raken. Om toch ruimte te creëren en geld te krijgen voor onderhoud, werden er in 1903 een achttal bomen gekapt en verkocht.
Na de deportatie van de Joodse Alphenaren raakte de begraafplaats in onbruik en verval. In tegenstelling tot alle geldende religieuze bepalingen rond een Joodse begraafplaats, werd na een gemeentebesluit de begraafplaats in 1963 geruimd en werden de graven overgebracht naar de Joodse begraafplaats in Katwijk.

De plaats waar de begraafplaats zich bevond is tot op heden, mede door actief verzet van enkele bewoners aan de Aarkade, niet meegenomen in de ontwikkelingsplannen voor bebouwing. Met name het protest van mevrouw A. Bakker en mevrouw A.Besseling hebben het gemeentebestuur doen instemmen met de inrichting van een ‘rustplaats’ op de plaats waar zich de voormalige begraafplaats bevond. Aan de Aarkade herinnert het 'Metaheerhuisje' (ruimte bedoeld voor religieuze lijkwassing) aan de oorspronkelijke bestemming van het grasveld achter de bebouwing.

Abrupt einde
De Joodse historie van Alphen aan den Rijn kreeg op 30 september 1942 een abrupt einde. Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog nam het aantal Joodse gezinnen al sterk af omdat velen van hen verhuisden naar de grote steden. Hoewel er in 1940 eerst een forse toename was van het aantal Joodse inwoners, doordat veel gevluchte, voornamelijk Duitse Joden zich ook hier vestigden, werd het al snel minder toen bleek dat Joden ook hier niet meer ongestoord konden leven. Eind november 1940 begon de Duitse invloed in Nederland voelbaar te worden door het besluit van Binnenlandse Zaken dat Joden geen erefuncties meer mochten hebben. In februari 1941 moesten alle Joodse inwoners zich laten registreren bij de gemeente met een zogenaamde ‘Joodverklaring’. De maanden daarna werden er steeds meer maatregelen genomen tegen de Joden zoals een verbod op het hebben van een eigen bedrijf, het verbod op verblijf in openbare gelegenheden zoals parken en het verbod op deelname aan (sport)verenigingen. Allemaal maatregelen die uitmondden in de zwartste dag in de Alphense Joodse geschiedenis. Op 30 september 1942 kwamen 40 Joodse Alphenaren naar het IJsbaanterrein. Siegfried Weinberg kreeg daar een hartaanval en werd naar het ziekenhuis in Leiden gebracht. De andere 39 werden via Amsterdam en Westerbork gedeporteerd naar de vernietigingskampen in Polen.

Deportatie
Van de in totaal 63 vanuit Alphen aan den Rijn gedeporteerde Joden en ‘halfjoden’ hebben in totaal 58 van hen de
kampen niet overleefd. Van 55 van hen zijn de namen bekend en opgenomen in het herdenkingsmonument
aan de Laan der Continenten te Alphen aan den Rijn.

Op de pagina 'In Memoriam' leest u hun namen in het digitale Joodmonument.nl

Bronnen
Titel: Auteur: ISBN:
Van Elias de Joot tot gemeente in nood P. Hoeksel, J.H. Ganor-Hijmans en S. Ganor 9789655552119
De Joodse Gemeente Alphen aan den Rijn 1762-1964 L. de Brouwer 9789067140904
Van Joodse begraafplaats tot Rustplaats Aarkade A. Bakker 9789075744149
Terug naar de inhoud